|
Costa da Prata
Costa de Prata of zilverkust is een afwisselende
kuststrook met klippen, kapen, baaien en vaak brede stranden. Verder zijn er
veel waterlopen en stroompjes die voor een weelderige plantengroei zorgen. Het
is een 200 km lange kuststrook. Door de sterke branding blijft het, als men in
zee gaat baden of zwemmen, uitkijken.
Deze zilverkust loopt van Espinho in het noorden tot Ericeira in het zuiden.
Steden die in deze streek liggen zijn o.a.: Aveiro in het noorden; de
universiteitsstad Coimbra; iets naar het zuiden Leiria met veel pelgrims op weg
naar Fátima; in het oosten Tomar met het vroegere bastion van de Tempeliers;
Batalha met het Santa Maria da Vitoria klooster; aan de kust het
schilderachtige Nazaré; de ommuurde stad Óbidos en de vissershaven Peniche.
Verse vis en schaaldieren zijn altijd van de partij in alle plaatselijke
schotels, zoals in de populaire "caldeirada" maar je kan ook genieten van de
sardientjes en de zeevruchten van Peniche, de venusschelpen van de Lagoa de
Óbidos, de paling "caldeirada" van Aveiro. Natuurlijk kan je de heerlijke
vleesschotels ook eens uitproberen, zoals het gegrilde varkensvlees aan de
spies, typisch voor Bairrada; de "chanfana" van Coimbra en de gestoofde kip,
typisch voor Alcobaça.
De regionale pasteibakker heeft ook een welverdiende reputatie. Zo zijn er de "pão
de ló" van Alfeízerão en Ovar, de "arrufadas" van Coimbra en Aveiro, de
heerlijke TentugaI, de beroemde "cavacas" (droge koekjes) en 'trouxas de ovos"
van Caldas da Rainha. Niet te vergeten van Aveiro de"ovos moles" ' of het "S.
Bernardo" brood de amandeldeeg van Arouca, de "brisas",de Aljuborrota cake, de
smakelijke bonendeeg van Torres Vedras ("pastéis de feijão") en de droge en
bewaarde vruchten van Alcoboça.
De milde temperaturen en de stranden met wit zand bieden de keuze tussen het
beoefenen van watersport en het kalme leven aan de kust. De heel krachtige
bronnen en de vegetatie van de eeuwenoude wouden zijn de basis van een
onbezoedelde natuur.
De abdijen, kloosters, kastelen, kerken en musea zijn getuigen van een
geschiedkundige en artistieke erfenis met een alom erkende waarde. Als een van
de meest economisch ontwikkelde streek van het land is de Costa de Prata ook
bekend voor zijn traditionele kunstschatten zoals het porselein en het kristal.
Alcobaça
Alcobaça ligt in een nauw dal bij de samenvloeiing
van de Rio Alcoa en Rio Baga. Het is een centrum van fruitteelt en wijn- bouw.
Goede zaken worden ook gedaan met kant en het ambachtelijke aardewerk met als
hoofdkleur blauw, dat vervaardigd wordt volgens de traditionele werkwijze en
naar oude modellen.
Real Abadia de Santa Maria de Alcobaça
Dit klooster ontstond, hoe kan het ook anders, na een gelofte. Als dank voor
de inname van Santarém in 1147 op de Moren en als dankzegging aan Bernard van
Clairvaux, voor zijn hulp bij de erkenning van het koningschap van Afonso I
Henriques door de paus, werd in 1152 een domein geschonken aan Franse
cisterciënzer monniken. Voorwaarde was dat zij het land zouden ontginnen en een
klein klooster zouden bouwen. In 1178 werd met de abdij begonnen, die in 1222
voltooid was. Binnen een eeuw was Alcobaça het machtigste klooster van Portugal.
De abt genoot een hoog aanzien: hij was raadsman van de kroon en zijn
bevoegdheden strekten zich uit over 13 steden, 3 havens en 2 kastelen. Duizend
min 1 monniken, het volgens de regels toegestane maximum, bevolkten de abdij,
die in de loop der eeuwen heel wat wijzigingen heeft ondergaan: toevoeging van
een aantal kloostergangen, een keuken, en een sacristie.
De aardbeving van 1755, maar vooral de verwoesting door de Fransen tijdens de
Napoleontische oorlogen in het begin van de 19e eeuw, waarbij de koorstoelen als
brandhout werden gebruikt, hebben van het oorspronkelijke kloostergedeelte
weinig overgelaten.
Interieur
Bij binnenkomst van de kerk begrijpt u dadelijk de enorme cultuurhistorische
betekenis van deze kerk. Overeenkomstig de strenge ascetische leefregels van de
cisterciënzers is eenvoud en soberheid troef in deze driebeukige hallenkerk, de
grootste van heel Portugal. Clairvaux en Pontigny, Bourgondië, stonden model en
op haar beurt diende deze kerk als voorbeeld voor alle andere grote
vroeggotische kerken in Portugal. De afmetingen van het schip spreken voor
zichzelf. De majestueuze indruk en het grandioze perspectief worden mede
veroorzaakt door de twee rijen dicht op elkaar geplaatste robuuste, witte
zuilen. De zijbeuken zijn smal en geen enkele opsmuk onderbreekt het strakke
lijnenspel. Aan het eind van het schip licht het koor ietwat op via de kleurloze
vensters.
Graftombes
Hoe rijk en verfijnd van beeldhouwkunst zijn daarentegen de twee 14e-eeuwse
flamboyant-gotische graftombes, van de hand van een onbekende meester, in het
transept van het legendarische liefdespaar Pedro I en Dona Inês de Castro.
Tegenover elkaar geplaatst, opdat zij op de Dag des Oordeels elkaar gelijktijdig
recht in de ogen kunnen zien. De beschadigingen aan de hoeken zijn het werk van
Franse militairen. De tombe van Inês de Castro staat links. Zij is gracieus
afgebeeld: in de ene hand heeft zij een handschoen en niet haar andere hand
speelt ze met haar parelketting. Engelen houden haar lijkwade vast en
ondersteunen haar hoofd. De kist rust aan elke kant op drie monsters met
mensengezichten, de drie moordenaars. Op de fries zijn de wapens van Portugal en
die van het geslacht Castro aangebracht. Op de wanden van de tombe zijn
taferelen uit het leven van Christus uitgebeeld. Aan het hoofdeinde de
Kruisiging, de hoofden van de gekruisigden ontbreken, en aan het voeteneinde het
Laatste Oordeel, detail rechtsonder: zondaars worden verscheurd door een
monster, uitbeelding van de hel. De tombe van Pedro I rust op zes leeuwen en bij
wordt eveneens beschermd door engelen en een bond aan het voeteneind. De
zijpanelen laten het leven van de heilige Bartolomeus passeren. Dit is het enige
religieuze aspect op de tombe, de rest is profaan. Op het voeteneinde zijn de
laatste levensmomenten van Pedro uitgebeeld en op het hoofdeinde is een rad van
fortuin te zien, met daarin 18 scènes uit het leven van het paar en de moord op
Inês.


Aveiro
Een bijzondere aandacht verdient de kathedraal ( 15de -18de eeuw) met zijn
gotische kruis; de Miséricordia kerk en de St. Bartholomeus kapel; de 18de
eeuwse kerken van St. Antonio en St Gonçalo.
Typisch voor de Ria zijn de verschillende barcos, boten. Barcos moliceiros
(molico=zeewier) zijn platbodemschepen. Men gebruikte ze veel voor het
verzamelen van zeewier. Ze hebben geen kiel, wel een hoge boeg in de vorm van
een zwanenhals. Het gekrulde voorsteven is bont beschilderd. De barcos
saleiros (sal=zout) hebben een minder gekromde voor- en achtersteven.
Canal das Piramides
Canal Central en Canal do Coio delen de stad in tweeën. In het water varen
felgekleurde bootjes, die zowel voor de visvangst als voor vervoer van personen
dienst doen. Noordelijk ligt de visserswijk Beira Mar. Centraal hierin ligt de
Mercado de Peixe. Aan het kanaal staan patriciershuizen uit de 19e eeuw. Er
achter staan lage vissershuizen. Vanaf het Praça H. Delgado, dat gebouwd is bovenop het
kanaal heeft men een mooi uitzicht. Een zijstraat van de vismarkt, Rezende, is
een bezoek zeker waard.
Igreja da Misericordia
Deze kerk ligt aan Praça da Republica. Dateert uit de 16de eeuw. Ook het stadhuis en de
schouwburg zijn hier te vinden.
Vanaf het plein in zuidelijke richting
gaat men de Rua Batalhao Cacadores in. Als je dan linksaf gaat, de Rua Leitao in, en dan
rechtsaf, de Rua do Principe Perfeito in, dan komt bij het Convento de Jesus. In dit voormalige klooster is een streekmuseum gevestigd. Men
ziet er schilderijen uit de 15e en 16e eeuw, beeldhouwwerken, archeologische
vondsten, aardewerk en azulejos.


Batalha
In dit dorp staan de
witte
huizen gegroepeerd rond een enorm
dominicanenklooster, een meesterwerk van de Portugese laatgotische bouwstijl
en manuelino-sierkunst. Dit is het belangrijkste deel van het dorp, maar het
merendeel van de inwoners woont verspreid in het dal van de Rio Lena.
Bij de bouw van het imposante klooster Mosteiro de Santa Maria de Vitória met een lengte van 178 meter en een breedte
van 137 meter, zijn vele architecten betrokken geweest.
Het complex, waarvan de bouw twee eeuwen in beslag nam, vereeuwigt de drie in
die tijd bestaande kunststijlen in zich: late gotiek, manuelino en
renaissance. Hoewel het geheel nog niet afgebouwd was, werd in 1557 gestopt
met de werkzaamheden ten gunste van het hieronymieten klooster in Belém, en het werk werd nooit meer hervat. Het klooster heeft in
afwijking van andere dominicaanse kloosters geen grote klokkentoren, maar in
plaats daarvan is het gehele gebouw voorzien van torentjes en pinakels boven
gotische vensters. Deze eigenaardige versiering doet sterk denken aan de
'perpendicular style', een laatgotische bouwstijl die in Engeland werd
toegepast. De aanwezigheid van de Ier Huguet, maar vooral het feit dat João een
Engelse gade had, verklaart dit.
Elk jaar tijdens het Festas da Senhora da Vitória, 15 augustus, worden
processies en folkloristische festiviteiten georganiseerd rond het klooster.

Caldas da Rainha
Caldas da Rainha is een kuuroord, dat in het leven werd geroepen door Leonor
de Bragança, echtgenote van koning Joáo I. In 1484 was zij op weg van
Lissabon naar Batalha toen zij boeren in de buurt van Óbidos in kwalijk riekende
zwavelbronnen een bad zag nemen om van hun spierpijn verlost te worden. De
koningin volgde hun voorbeeld en voelde direct hoeveel weldaad haar door reuma
geteisterde lichaam hiervan ondervond. Een jaar later verkocht zij haar juwelen
voor de bouw van een kurhaus en het in exploitatie brengen van de zwavelbronnen,
37° C. Caldas da Rainha (= warme bronnen van de koningin) kende, zoals alle
Europese kuuroorden, een bloeiperiode aan het eind van de vorige eeuw. Rond het
sanatorium van Leonor, dat in de 18e eeuw geheel werd gerestaureerd, ontstond
een fraai park.
Belangrijkste bezienswaardigheden: Museu de José Malhoa, Igreja de Nossa Senhora do Pópulo,
Keramiekwerkplaatsen in de Rua Bordalo Pinheiro, Museu António, Museu de Cerámica
De Feira Nacional da Cerámica wordt van 4 tot 12 juli gehouden. Mooie
Jugendstil-huizen staan op het Praça 5 de Outubro en in de Rua do
Sacramento en de Rua Camaes.
De arena wordt alleen op 15 augustus, Maria Hemelvaart, gebruikt.
Markt
Op
Praca da República wordt elke ochtend een groente- en fruitmarkt gehouden.


Coimbra
Oorspronkelijk was Coimbra een nederzetting aan een
doorwaadbare plaats in de rivier de Mondego. De brug die hier gebouwd werd
vormde de belangrijkste verbinding tussen het noorden en het zuiden. De koning
van León en Castilië veroverde de stad in 1064 op de Moren. Deze hadden de stad
sinds 716 in handen. De scholen die er waren liet men in stand en daardoor
ontwikkelde de stad zich in de middeleeuwen tot een centrum van mozarabische
cultuur. Uit deze tijd stammen de scholen die een belangrijke stempel
zouden drukken op het leven in de stad tot op de dag van vandaag. In de 16e eeuw
werden ze vervangen door de Paco dos Estudos, paleis van de studies. Hieruit
ontstond de Hogeschool van de Kunsten. In de 18e eeuw kwam de huidige
universiteit tot stand.
Coimbra is de 4de stad van Portugal. Er is een benedenstad, de driehoek
gevormd door Praça da Portagem, het "Praça 8 de Maio" en de rivier. De bovenstad
ligt op de aangrenzende heuvel. Via de Arco de Almedina komt men in de
hoofdstraat de Rua de Ferreira Borges.
De bezienswaardigheden staan dicht bij elkaar. Het wandelen echter is door de
hoogteverschillen wel vermoeiend. De belangrijkste: Cidade Universitaria en Se
Velha.


Fátima
Fátima is
een van de belangrijkste Maria-bedevaartplaatsen in de katholieke wereld. Je
vindt hier de Basiliek en Kapel "das Aparições" (kapel van de verschijningen).
De plaats wordt ook het altaar van de wereld genoemd. Hier is Maria in 1917 op
de 13e van de maanden mei tot oktober verschenen aan drie herderskinderen:
Lucia, die later karmelietes werd, Francisco en Jacinta. Bij de laatste
verschijning heeft het zogenoemde zonnewonder van Fátima plaatsgehad ten
aanschouwen van de drie kinderen en een grote menigte pelgrims. De boodschap van
Fátima is een oproep tot gebed en boete. De bisschop van Leiria erkende in 1930
het wonder officieel. Paus
Pius XII wijdde in 1942, volgens het verlangen in
Fátima uitgedrukt, de wereld toe aan het Onbevlekt Hart van Maria. Paus Paulus
VI bezocht Fátima in mei 1967 ter gelegenheid van het 50ste herdenkingsjaar van
de verschijningen. In 1982 bezocht paus Johannes Paulus II Fátima. De processies
van 13 mei en 13 oktober trekken elk jaar veel pelgrims. Te voet begeeft men
zich dan naar Fátima. Er is een grote witte basiliek, uit kalksteen opgetrokken,
met een enorm plein. Aan weerszijden van de basiliek zijn zuilengalerijen en
bijgebouwen, onder andere twee ziekenhuizen.


Óbidos
Het nog geheel ommuurde vestingstadje hoog boven de
Rio da Vargem lijkt de tijd te hebben stilgestaan. Het geheel door 13 meter hoge
muren met kantelen omgeven stadje op een 75 meter hoge heuvel, geeft u een goede
indruk van zijn trotse verleden toen het, nog aan zee gelegen, van strategisch
belang was.
Het is in zijn geheel tot nationaal monument verklaard.
Via een dubbele poort in zigzagvorm met 18e eeuwse azulejos komt u in de
hoofdstraat, de Rua Direita. Halverwege tussen poort en burcht staat op een
plein de Igreja de Santa Maria, een 16e eeuwse renaissancekerk met 18e-eeuwse
blauwe azulejos, met plantenmotieven. In het koor vindt u de 16de eeuwse
graftombe van Joáo de Noronho, gouverneur van Óbidos. Het retabel van het
hoofdaltaar werd geschilderd door Joáo da Costa. De andere religieuze
schilderijen zijn van Josefa de Óbidos, 1634-1684.
Voor de kerk staat een pelourinho of schandpaal, met
de afbeelding van een net, het blazoen van koningin Leonor. Zij verbleef enige
tijd in Óbidos na de dood van haar zoon Afonso, die verongelukte op een rit
langs de Rio Tejo. Krabbenvissers brachten het ontzielde lichaam in een net naar
het paleis. Sindsdien is dit symbool een onderdeel van haar wapenschild.
In het voormalige raadhuis is het Museu Municipal ingericht. Naast
beeldhouwwerk, 16e- 17e-eeuwse Portugese schilderijen en archeologische vondsten
zijn herinneringen aan de begin 19e- eeuwse strijd met Napoleons troepen
tentoongesteld.
Aan het eind van de straat leidt een weggetje links naar het Castelo, dat voor
een deel is verbouwd tot de Pousada de Castelo. De Moren hadden hier een vesting
die, na de verovering in de 16e eeuw, tot koninklijk buitenverblijf werd
verbouwd. Deuren en vensters hebben manuelino-omlijstingen. Vanaf de verhoging
achter het kasteel en vanaf de terrassen op de vestingmuren kijkt u neer op het
stadje.



Leiria
Leiria Ligt aan de samenvloeiing van de Rio Lis en Rio Lena in een aantrekkelijke landstreek van
wijngaarden, olijfbomen en dennenbossen. De plaats ligt op een kruising van
wegen, dicht bij bekende stranden en in de buurt van Fátima, Batalha en Alcobaça
met hun schitterende bouwwerken. De huizen klimmen op tegen een koepelvormige
heuvel, 113 m, die als het ware overgaat in de contouren van een trotse burcht.
Bezienswaardigheden: het hooggelegen Castelo de Leiria, de 15e-eeuwse gotische
Capela de Nossa Senora da Pena is mooi, de Sé of kathedraal, Santa Maria, de
16e-eeuwse bedevaartkerk Nossa Senhora da Encarnação.

Mafra
Tien
kilometer landinwaarts vanaf Ericeira ligt Mafra aan de voet van een enorm
klooster. Het heeft niet, zoals bij Batalha en Alcobaça het geval is, zijn
bestaan aan dit klooster te danken. In de 13e eeuw wordt Mafra al genoemd als
parochie waar de latere paus Johannes XXI zou hebben gepredikt.
Mostairo de Mafra
Dit
klooster/paleis werd gebouwd in opdracht van João V en gefinancierd uit de
goudopbrengsten van Brazilië. Aanleiding was ook hier het nakomen van een
gelofte: na een aantal huwelijksjaren werd eindelijk een troonopvolger, José 1,
geboren. De bijzonder pracht lievende koning João V wilde de Spanjaarden met hun
Escorial in Madrid de loef afsteken, door net als daar een enorm complex te
laten bouwen dat zowel klooster als paleis was. Qua grootte overtreft dit
bouwwerk zijn voorbeeld, maar daar blijft het dan wel bij.
Qua omvang imponeert het, maar van architectonische verfijning is weinig sprake.
De sterke verwaarlozing van de grijs-grauwe steenmassa werkt ook niet mee.
Alleen als de zon er pal op staat, krijgt het iets zilverachtigs.
Basiliek
Een breed terras leidt naar de ingang van de basiliek, die in het midden van
de voorgevel staat. In de twee torens van 68 m hoogte hangt een carillon van 114
klokken, zwaarste 10 ton, dat in Antwerpen vervaardigd is. In de zomermaanden
spelen beiaardiers een deuntje op de ongeveer 98 klokken die werken. In nissen
naast het portaal staan beelden van enkele heiligen, terwijl in de voorhal nog
eens 14 levensgrote beelden zijn geplaatst. Binnen waant u zich in een kerk van
Bernini in Rome. Overal om u heen ziet u marmer in de tinten wit, roze en grijs,
verwerkt in wanden, altaren, kapellen, beelden en reliëfs. Portugees marmer werd
gebruikt, maar ook het Carraramarmer uit Italië. Tijdens de bouwperiode ontstond
de School van Mafra, een beeldhouwerschool onder auspiciën van de Italiaan
Giusti. Onder zijn pupillen was Machado de Castro de bekendste. De vieringkoepel
bereikt een hoogte van 70 m. De kerk heeft zes orgels. Het grootste is 6 m hoog.
De rondleiding door een gids door de rest van het complex neemt nogal wat tijd
in beslag. De tocht leidt onder meer door het ziekenhuis, de apotheek, de kapel
en ontelbare koninklijke vertrekken, die zelden gebruikt zijn. Zelfs de
koninklijke familie vond het te neerslachtig. Eén nacht werd het paleis zeker
nog gebruikt: de nacht in 1910 voordat Manuel II de Portugese bodem verliet na
zijn abdicatie.
Bibliotheek
Wel indrukwekkend is de 88 m lange bibliotheek met zijn 36.000 banden,
waaronder de eerste editie van 'Os Lusiadas' van Camões, toneelstukken van Gil
Vicente en een drietalige bijbel uit 1514.
Tapada
Weldadig is een bezoek aan het aangrenzende park, het Tapada, met wildpark
met herten, everzwijnen en lynxen en miradouros en vijvers. De militairen hebben
het voor het grootste deel geconfisqueerd, maar het ligt in de bedoeling het
park in de zomermaanden open te stellen voor het publiek.
De Sala das Trophas met meubels en kroonluchters gemaakt van geweien en
hertevacht mag u niet ontgaan!
Vergeet niet een bezoek te brengen aan het Museu de Escultura Comparada. Men
ziet er alleen afgietsels van kunstwerken van geheel Portugal.
Omgeving
In Malveira, 10 km ten oosten van Mafra, wordt op donderdag een drukke,
regionale markt gehouden.

Nazaré
Nazaré is
de vissers- annex badplaats bij uitstek van de Costa de Prata, die tot ver
buiten de grenzen bekendheid geniet, al is de roem deels gebaseerd op vervlogen
tijden. Het dorp kan in de zomermaanden vol raken door vakantiegangers en
dagjesrecreanten.
Nazaré bestaat uit drie afzonderlijke parochies, die elk hun eigen
karakteristiek hebben. De oudste kern is het hooggelegen, landinwaarts ten
oosten van de N242 gesitueerde, Pederneira, waar tot in de 16e eeuw de vissers
woonden, en tot waar in die periode de zee reikte. Door verzanding van de baai
verhuisden de vissers naar beneden en zij stichtten er een nieuwe nederzetting,
waaruit A Praia ontstond. Aan de Rua Abel da Silva staat de Igreja da
Misericórdia, een 16e-eeuwse kerk met een houten gewelf.
In de benedenstad A Praia kan het in de zomermaanden rumoerig toegaan, maar het
is wel bijzonder gezellig op het grote plein en in de smalle straatjes met
helder witte huisjes. Op het 2 km lange en 50 m brede strand zijn de
vissersboten nagenoeg verdwenen en hebben de keurig in het gelid opgestelde
afdakjes van zeildoek en de zonaanbidders wat meer ruimte gekregen. Op enkele
avonden worden door folkloristische groepen speciale voorstellingen
georganiseerd met zang en dans. Zo'n groep is Tamar.
De rots O Sitio
Een steil voetpad, een weg en een tandradbaan leiden elk via een andere route
naar de aan de noordzijde van de baai steil uit zee oprijzende rots O Sitio die
110 meter hoog is. Vanaf het uitzichtterras aan de rand kijkt u neer op het
gekrioel beneden. De Capela da Memória aan de rand herinnert aan een legende. Op
een mistige morgen in 1182 zou de Heilige Maagd voorkomen hebben dat de edelman
Dom Fuas Roupinho met paard en al van de rots zou zijn gestort in zijn jacht op
een hert, de duivel, die van de rots afsprong. Doordat de hemel op dat moment
openbrak, realiseerden paard en berijder zich hun benarde positie en de
correctie geschiedde nog net op tijd. In de trap, die naar de crypte leidt, moet
een uitsparing de pootafdruk in de rots van het hert voorstellen. De kapel is
voor een groot deel bedekt met azulejos en heeft twee Mariabeelden. Naast de
kapel staat een stenen zuil met het kruis van de Christusridders. Een inscriptie
vermeldt dat Vasco da Gama na zijn succesvolle tocht naar Indië hier op
bedevaart ging om de Heilige Maagd te bedanken.



Peniche
Bij de vissersplaats Peniche wordt de bijna
kaarsrechte kustlijn van de Costa de Prata onderbroken door een grillig gevormd
schiereiland, dat met het vasteland verbonden is door een 800 m brede en 2 km
lange landtong. De voormalige vestingstad Peniche ligt aan de zuidkant van het
schiereiland. Het Forteleza op het havenhoofd, dat in zijn huidige vorm dateert
van de 17e eeuw, bouwmeester Filippo Terzi, moet oorspronkelijk veel ouder zijn
geweest. Dit fort was tijdens de dictatuur van Salazar de belangrijkste
gevangenis waar de politieke tegenstanders van het regime werden opgeborgen. De
communist Alvaro Cunhal zat hier ongeveer 10 jaar vast. De cellen zijn voor
bezichtiging opengesteld en via documenten, foto's en geënsceneerde situaties
wordt op de gruwelijke omstandigheden gewezen. Het museum heeft ook een
collectie schelpen en voorbeelden van de kantklos- en keramieknijverheid.
Peniche is een belangrijke vissershaven: rommelig, levendig en rijk aan sfeer.
Rond de haven, het Largo da Ribeira en de met palmen omgeven Jardim Público,
speelt zich het dagelijks leven van de vissers af. Vooral de binnenkomst van de
vissersboten in de ochtenduren en de visafslag in de middag zijn een aardig
schouwspel. De gevangen sardientjes worden direct op de houtskoolgrill buiten
voor consumptie gereed gemaakt.
Bezienswaardigheden: de kerken Misericórdia, de São Pedro en de Ajuda.
Van het strandleven kunt u genieten op stranden/badplaatsen van Praia Norte met
waterpretpark, Praia de Peniche, Praia da Consolação, Praia de Baleal, Praia de
Sáo Bernardino en Praia da Area Branca.
De uiterste westpunt van het schiereiland wordt gevormd door Cabo Carvoeiro
op 3 km afstand van Peniche. Steil rijzen rotsen uit zee op en de wind heeft
vrij spel. Je kunt er een wandeling van anderhalf uur maken. Er staat een 45 m
hoge vuurtoren en je ziet er gigantische rotsnaalden. De grotten, ontstaan door
het spel van wind en golven, werden al in de prehistorie bewoond. Voor de kaap
ligt een klip die Nau dos Corvos (= Ravenschip) wordt genoemd.


Santarém
Deze
voormalige hoofdstad van de provincie Ribatejo. ligt voor een deel op een
heuvel, 103 m boven de voor de rest vlakke rechteroever van de Rio Tejo. De
beide oevers van de rivier worden met elkaar verbonden door de eind 19e-eeuwse
brug Dom Lufs. Voordat de brug gebouwd werd, was dit de plek waar de rivier het
gemakkelijkst kon worden overgestoken, ook als in de wintermaanden de Rio Tejo
buiten zijn oevers trad. Dit verklaart duidelijk de strategische betekenis van
Santarém door de eeuwen heen.
Bezienswaardigheden: Praça Sá da Bandeira,
Igreja do Seminário, Capela de Nossa Senbura da Piedade, Igreja de Marvila,
de
Igreja de São João do Alporão, Torre das Cabagas, Biblioteca Municipal, Convento de Sante Clare, Av. Gago Coutinbo e Sacadura Cabral,
Fonte
das Figueiras, de Igreja
de Santa Cruz en het park Portas do Sol.

Sintra
Sintra
ligt westelijk van Lissabon tegen de hellingen van de Serra de Sintra, een
ongeveer 10 km lange bergrug van graniet en zandsteen. De hoogste top is Cruz
Alta, 529 meter. Sintra zelf ligt op een hoogte van 200 m. Het bestaat uit drie
dorpen.
Estefânia
ligt bij het station.
In São
Pedro is elke tweede en derde zondag van de maand een streekmarkt.
Vila
Velha, de oude stad, is het eigenlijke Sintra.
In Vila
Velha ligt Paço Real de Sintra aan de Largo da Reinha Dona Amélia. Deze
zomerresidentie is eind 14e eeuw in opdracht van João I gebouwd op fundamenten
van een Moors kasteel. Gedurende 4 eeuwen hebben koninklijk families hier
gewoond en verbouwd. Twee conische schoorstenen van de keuken bepalen het beeld
van het paleis. Het is een mengeling van gotische, Moorse en manuelijnse stijl.
Er is een prachtige azuleos verzameling uit de 16e en 17e eeuw.
Parque
da Pena
Is 200 ha groot. Men ziet er o.a.: eucalyptussen, kastanjes, azalea's,
camelia's en waterpartijen en fonteinen. Van hieruit gaat er een voetpad naar
Cruz Alta, 529 m hoog. ook kun je naar de Schelpenvijver, Vogeltjesfontein en de
Varentuin.
Pálacio da Pena.
Ligt
boven het park op de hoogste heuveltop. Het is een bijzonder kunstwerk omdat het
uit allerlei stijlen bestaat: middeleeuwse burcht, ophaalbrug, kantelen,
minaretten, barokke poorten, gotische bogen. Kapel en kruisgang zijn
oorspronkelijk, namelijk van een klooster uit 16e eeuw.
Vanaf de
ingang van het paleispark kan het laatste stuk naar het paleis met de bus worden
afgelegd.
Parken
In Sintra
zijn twee parken: Parque Municipal en Parque das Merendes.
Omgeving:
Convento dos Capuchos ligt 16 km buiten Sintra aan de N 247-3. Je ziet er
cellen uit de rotsen gehakt uit de 16e eeuw
Colares is bekend om zijn wijnen. De druiven groeien er op zandduinen.
Men graaft eerst kuilen om de wortels in de kleilaag te kunnen zetten.
Quinta de Monserrate; De botanische tuin is op een heuvelachtig terrein
aangelegd. Er zijn duizenden soorten te vinden.
Odrinhas ligt 10 km ten noorden van Sintra. Er is een museum en Romeinse
villa met mozaïeken te zien.


|